zondag 28 oktober 2007

¡Chau Bolivia!

Het gaat me goed! Na vier weken reizen in Bolivia heeft dit land zich nog sterker verankerd in mijn hart. Wat een schitterend land, met een enorme diversiteit aan mensen en landschappen, met zijn eigen gebruiken en tradities, én met zijn eigen accent in het Spaans. Een accent wat ik blijkbaar netjes heb overgenomen... Tijdens mijn rondreis werd me vaak gevraagd waar ik vandaan kwam én waar ik Spaans had leren spreken. ' ¡Me pareces Boliviana!´ (Je lijkt me een Boliviaanse). ´Soy Belga y Paceña´, was dan steevast mijn antwoord, Belg én inwoner van La Paz.

Vanuit La Paz reisde ik naar Santa Cruz, in het Oosten van het land. Ik bezocht er een vijftal missiedorpen, kleine dorpjes waar Jesuïeten in de 17de eeuw gemeenschappen hebben ingericht en prachtige kerken hebben gebouwd. Gelijkaardig, maar tóch verschillend. Vier dagen reizen volgens het ritme van de paar lokale bussen die de dorpen met elkaar verbinden, vier dagen complete rust en genieten...

Na Santa Cruz volgde de overweldigende natuur in Samaipata, de witte stad Sucre en de traditionele markt in Tarabuco. Een dorp met kleurrijke inwoners...

Wandelen rond Samaipata

Traditionele klederdrachten (van bewoners en van dansende kinderen) in Tarabuco

Weer even de hoogte in, naar Potosí, de hoogste stad ter wereld (op 4100 m). Een mijnstad ook, waar de Spanjaarden duizenden tonnen zilver hebben ontgonnen, en de inwoners nog steeds trachten te leven van de inkomsten uit de opdrogende mijn. Men schat dat de ´Cerro Rico´, de berg waarin de mijnen ontgonnen worden, nog twintig jaar mineralen zal kunnen prijsgeven. Daarna houdt het op...
De mijn bezoeken betekent je in een mijnwerkerspak hijsen, binnengaan via donkere gangen, en dan op geleide van een ex-mijnwerker op zoek gaan naar één van zijn collega´s. In het stof bijten (en blijven ademen), afzakken in donkere gangen, vaak op handen en knieën, en dan het werk aanschouwen van mensen die negen uur per dag gaten in wanden maken om dynamiet te plaatsen. Onder barre omstandigheden, die ´pre-koloniaal´ worden genoemd. Zoals in de zestiende eeuw dus. Geen liftschachten, de volgeladen wagens worden handmatig over de rails geduwd, geen automatische boren, en geen bescherming tegen stof en giftige walmen. Ik kon me niet voorstellen dat dit nog bestond...

zicht over Potosí, met op de achtergrond de ´Cerro Rico´, de rijke berg

In augustus heb ik met mijn reizende familie genoten van een bezoek aan de zoutvlakten bij Uyuni. Maar onder de Salar ligt nog meer moois, en dat gebied werd mijn kers op de Boliviaanse taart. Wat een wonderlijke wereld... De foto´s zeggen genoeg!

Laguna Kollpa

met mij erbij...

El desierto de Dalí

Laguna verde

El árbol de piedra

Laguna colorada

Vulkanische activiteit


En nu ben ik in het Noorden van Argentinië. Ik ben geshockeerd door het enorme verschil in levensstandaard tussen de twee buurlanden, maar beschouw mijn gevoel hier als een omgekeerde cultuurshock. Laten we zeggen dat ik nu dubbel kan genieten van geasfalteerde wegen, bussen die níet uit elkaar vallen en wat anders eten dan rijst met aardappelen en kip. Ik kan hier wel weer aan wennen...

Tot later!