Ik leg aan de hand van de hoortest van een kind uit wat zijn mogelijkheden zijn zonder hoortoestellen, én wat we zouden verwachten als het kind dagelijks zijn hoortoestel(len) zou dragen. We lopen er vaak tegenaan dat ouders meer hebben verwacht van de hoortoestellen, waardoor de toestellen na enkele weken tegenvallend gebruik in de kast zijn beland. En er is het grote probleem van het betalen van batterijen: elke batterij kost ouders 75 eurocent en daar kan hun kind maximaal 10 dagen voltijds wat mee horen. Weer een behoorlijke investering. Sommige ouders weten niet eens dat ze de batterij regelmatig moeten vervangen. ‘Ja hoor, hij gebruikt zijn hoortoestel, en nog steeds met de drie batterijen die we drie jaar geleden bij het hoortoestel hebben gekregen.’ Zucht.
Ik vind het lastig om de armoede te zien en te beseffen dat ik relatief weinig voor hen kan doen. Eenmalige donaties of acties voor fondsenwerving zijn een pleister op de wonde, en onvoldoende structureel. Een kind gaat de komende vijftien jaar nog naar school, heeft dus nog vijftien jaar schoolmateriaal en vervoer naar school nodig, en als je wil dat een hoortoestel iets bijdraagt moet een kind het toestel consequent kunnen gebruiken. We willen de meest hulpbehoevende gezinnen aanmelden bij het Lilianefonds, een Nederlandse organisatie die kinderen met een handicap in een ontwikkelingsland financieel ondersteunt tot het einde van hun schoolcarrière. Ik ga met de Boliviaanse tussenpersoon van het Lilianefonds in overleg. En ik ga op zoek naar andere organisaties die steun kunnen bieden. Wie weet…
Straatbeeld in El Alto, het net zo dichtbevolkte stadsdeel wat op de rand ligt van de kom waarin La Paz zich bevindt. De vrouwen verkopen vis...
Ondertussen heb ik ook weer enkele workshops met de leerkrachten gehad. Na de eerste workshop merkte ik dat de leerkrachten beperkt doelgericht denken en me niet laten blijken dat ze inzicht hebben in hun eigen rol ten aanzien van beoogde veranderingsprocessen. Mijn uitdaging dus om met hen die stap te gaan zetten. ‘Hoe bouw je een huis?’, vroeg ik hen tijdens een workshop een maand geleden. Er zijn verschillende stappen nodig, mensen moeten zich er langdurig voor inzetten en je hebt voor meerdere jaren de middelen nodig. Je begint bij de fundamenten, die de basis zijn voor je huis. Op de fundamenten komt de vloerconstructie, en van daaruit kan je de verdiepingen en uiteindelijk het dak gaan bouwen. Voor de doelen die wij willen bereiken geldt hetzelfde: de einddoelen bevinden zich in het dak, maar de weg ernaartoe kunnen we opsplitsen in kleinere stappen, in fundamenten en verdiepingen. Ik heb hen aan het denken gezet over zeven van de doelen die we eerder geformuleerd hadden. Wat is de vloerconstructie, de basis van het huis van elk doel? Wat zijn de voorwaarden die nodig zijn om deze basis te bereiken, de fundamenten dus? En wat zijn de gevolgen als de vloerconstructie stevig is neergelegd? Welke verdiepingen kunnen we op de fundamenten bouwen en wat zijn de resultaten op de langere termijn? Hoe ziet het dak er dus uit? Ik had zelf de verschillende onderdelen van de zeven huizen geformuleerd, en heb hen gevraagd om de onderdelen te gaan ordenen. Hoort iets onder of boven de vloerconstructie? Is iets een voorwaarde of een gevolg? Uitdagende opdracht, maar in gesprek met elkaar kwamen ze er uit! Waardoor ik de stap kon zetten om met hen te bespreken dat we de komende tijd in de eerste plaats aan de fundamenten van elk huis gaan werken. Daar kan ik hen in ondersteunen, en die inzet wordt hopelijk op langere termijn beloond met een stevige basis om op verder te bouwen.
Aan het eind van de workshop heb ik samen met de leerkrachten ‘het huis van de regering’ gebouwd. Een vaak gehoorde behoefte tijdens de allereerste workshop was dat de regering het onderwijs voor kinderen met een beperking meer zou moeten ondersteunen. Dus die slogan zijn we gaan plaatsen. Is regeringssteun een voorwaarde of een gevolg? Discussie alom, want de regering heeft nu eenmaal zijn taken en verantwoordelijkheden. Plaats die slogan in de fundamenten van een huis (of van een school) en je kan wachten op Godot. Onderling werden ze het er over eens dat de hulp van de regering een voorwaarde zou moeten zijn, maar dit helaas niet strookt met de Boliviaanse realiteit. De regeringshulp werd in het dak van het huis geplaatst, waarbij ze bedachten dat ze zélf eerst heel wat aan de fundamenten kunnen doen om uiteindelijk dat doel te bereiken. Met deze workshop heb ik mijn (en hun) basis voor mijn (en hun) verdere werk verstevigd, denk ik…
Een week later volgde een eerste inhoudelijke workshop, die ik samen met Tahia (de lokale audiologe, in actie op de foto) heb gegeven. Over gehoor, audiometrie en de (on)mogelijkheden van hoortoestellen. Én met ‘het huis van de hoormogelijkheden’ uit de vorige workshop als referentiekader. Het bleek voor de leerkrachten verhelderend te zijn om te horen dat niet al hun leerlingen doof zijn, dat we niet bij alle kinderen een gelijke vooruitgang kunnen verwachten, en dat hoortoestellen niet ‘genezend’ zijn. We maakten het heel concreet, met audiogrammen van hún leerlingen, met het stap voor stap beredeneren van wat een kind met zijn gehoor wél en niet kan. En hoewel de leerkrachten al eerder workshops en presentaties over dit onderwerp hadden gehad, kwamen geleidelijk aan nieuwe inzichten opborrelen. ‘Dus elk kind heeft zijn eigen mogelijkheden!’ ‘En elk kind heeft dus ook zijn eigen behoeftes!’ ‘Dan moeten wij onze verwachtingen voor elk kind afzonderlijk aanpassen, en misschien ook onze aanpak…’. Inderdaad, mijn doel was bereikt! Maar nog slechts gedeeltelijk, want de komende tijd wil ik met elke leerkracht afzonderlijk de audiogrammen van zijn of haar kinderen beredeneren. Ik hoop dat ze daardoor zelf een audiogram kunnen interpreteren en de mogelijkheden van een kind kunnen inschatten als ik de Boliviaanse bodem heb verlaten. We zullen zien!
Afgelopen weekend heb ik trouwens écht de Boliviaanse bodem even verlaten. Ik verblijf hier met een toeristenvisum, waardoor ik elke drie maanden voor minstens vierentwintig uur even het land uit moet. En dat heb ik netjes aangepakt! Op de grens tussen Bolivia en Chili liggen twee nationale parken: Parque Nacional Sajama aan Boliviaanse zijde en Parque Nacional Lauca aan de Chileense kant. Door het ene park naar het andere dus. Zes uur met de bus vanuit La Paz, onderweg genietend van schitterende uitzichten op de hoogvlakte, om dan in een gebied te belanden met besneeuwde vulkanen, uitgestrekte vlaktes, vicuñas, llama’s en alpaca’s, en kleine geïsoleerde dorpjes. Een lang weekend rust, overweldigende natuur en een heerlijk zonnetje… Niet de vervelendste manier om weer verzekerd te zijn van drie maanden verblijf in La Paz….
Vanaf vrijdag gaat mijn werk even op de pauzeknop, want ik krijg bezoek! Donderdagnacht landt Wim, mijn maatje uit de Spaanse les in Amsterdam (dat zal je altijd zien, dat je nét een leuke vent tegenkomt vóór je een jaar naar de andere kant van de wereld vertrekt). Met hem ga ik twee weken rondreizen in ´mijn´ land. Ik heb enorm afgeteld naar zijn komst en ga genieten van vakantie samen… Daarover (uiteraard) meer in mijn volgende blog!
