dinsdag 17 juli 2007

Winter in La Paz

De tijd vliegt. Het is winter in Bolivia, de scholen zijn sinds drie weken gesloten omdat het te koud is om les te geven, en gisteren (de dag voor de scholen weer zouden starten) heeft het ministerie besloten de deuren nog een week gesloten te houden. Naar Europese normen valt het wel mee met de kou, maar huizen noch scholen hebben verwarming, waardoor ik wel begrijp dat kinderen niet een middag stil aan een bankje kunnen zitten.
De vakantieweken hebben mij de gelegenheid gegeven om samen met Patricia, de sociaal werker, een behoorlijke slag te slaan in de huisbezoeken. Veertig gezinnen hebben we sinds april bezocht, nog zeven te gaan. De bezoeken hebben ons een schat aan informatie opgeleverd. In gesprekken met de overheid en ondersteunende organisaties is een overzicht van de behoeftes en de eigenschappen van de gezinnen van onze kinderen belangrijk, en dat overzicht hebben we nu. Ik blijf het lastig vinden om geen pasklare antwoorden te kunnen formuleren op de behoeftes die vele gezinnen hebben, maar uiteindelijk is dat niet iets wat in enkele maanden kan worden vormgegeven. Ik kan lijntjes uitzetten en met mijn Boliviaanse collega’s mogelijkheden benoemen, maar het effect hiervan zal op langere termijn moeten blijken.

Over drie weken landen mijn moeder, mijn tante en mijn nicht in La Paz voor een bezoek van twee weken. Met hen ga ik weer een nieuw stukje Bolivia bekijken (de zoutvlaktes bij Uyuni), én ik laat hen graag La Paz en het Titicacameer zien. Vier Belgische vrouwen, twee weken op stap in een voor hen heel nieuwe wereld. Ik kijk er naar uit!
Wat wel betekent dat me (nog maar) acht werkweken resten. Weken waarin ik nog enkele workshops met de leerkrachten wil doen, waarin ik met Patricia een terugkoppeling wil geven van onze huisbezoeken, waarin ik ook wat ondersteuning ga bieden in een ander centrum met dove kinderen in El Alto, én het met de leerkrachten en de directie van mijn school wil hebben over hun ‘toelatingsbeleid’. Én ik ga een traject begeleiden om meer kinderen te laten wennen aan hun hoortoestellen. We starten in de klassen met een beloningssysteem en positieve aandacht voor het gebruik van hoortoestellen, en de hoortoestellen van de kinderen die er nog niet aan gewend zijn zullen op school worden bewaard. Op die manier hopen we tegen de zomervakantie (als ik al lang en breed weer vertrokken ben) meer kinderen mét hoortoestellen naar huis te kunnen sturen. Het zal me benieuwen…

De tijd vliegt, dus ik kan er maar beter optimaal gebruik van maken. Door een berg te beklimmen bijvoorbeeld: Huayna Potosí, 6077 meter, op een uur rijden van La Paz.
Overdag trokken we met een rugzak vol uitrusting van 4200 meter naar high camp, een hut aan de sneeuwgrens op een hoogte van 5130 meter. Een prachtige omgeving, waarin het geleidelijk aan écht koud werd. Om zes uur ’s avonds kroop iedereen met alle kleren aan in bed, in een poging om wat te slapen. Om middernacht werden we gewekt om wat brood te eten, de uitrusting aan te trekken en dan tegen enen de klim aan te vatten. Stijgijzers om, hoofdlamp op, gezekerd aan het touw van je gids. En dan stijgen. Soms bergop lopend, soms zijdelings je ijzers in de sneeuw tegen de bergwand zettend, en op sommige stukken omhoog klauterend tegen een ijswand met een helling van 70 graden. Je slaat je ijshouweel zo hoog mogelijk boven je in de wand, schopt de voorste punten van je stijgijzers in de ijswand, en door je op te trekken aan je houweel kan je je andere voet een stuk hoger in de wand schoppen. IJshouweel loswrikken, weer hoger in de muur slaan, en dan de volgende stap naar boven. En zo klauter je (gezekerd door de gids die een aantal meter boven je kruipt) tegen de wand naar boven. Wat een machtige ervaring was dat! Op 5800 meter (na vijf uur klimmen) moest ik helaas met mijn gids terugkeren, omdat er nog te weinig tijd restte om de top te halen voordat de tegen die tijd opgekomen zon de terugweg te lastig zou maken. Ik was te langzaam om de top te halen, maar ik was weer een geweldige ervaring rijker. Gelukkig haalden de vijf Bolivianen uit mijn groep de top wel, zodat ik jullie kan laten zien wat ik gemist heb…

op pad richting high camp, achter me Huayna Potosí

uitzicht op de omgeving, met mijn rug naar Huayna Potosí

na zonsondergang bij high camp

begin van de klim

la cumbre (de top)

De Aymarabevolking viert de veranderingen in de natuur op een bijzondere manier. 21 Juni was de winterzonnewende, waarmee een nieuw Aymarajaar begon (5514). Oud en nieuw in Tihuanacu dus, de belangrijkste pre-Columbiaanse nederzetting in Bolivia. Tienduizend bezoekers stroomden samen om ’s ochtends de eerste zonnestralen te verwelkomen met een ceremonie in de ruïnes van de Inkatempel. Voor ons betekende dit, net als voor vele andere feestvierders, de koude nacht doorbrengen in de straten van Tihuanacu, waar gedanst en gefeest werd rond kampvuurtjes op straat, om toch maar enigszins warm te blijven. Rond een uur of vijf konden we de archeologische site betreden, waar tientallen yatiri’s (Aymara-voorgangers) een ceremonie uitvoerden met offergaven aan de zon, en de tienduizend mensen bij het doorbreken van de eerste zonnestralen de handen in de lucht hieven om verrijkt te worden met energie en geluk. Een indrukwekkend ritueel, waarbij ik merkte hoe bijzonder het is om te leven met de natuur, en die natuur ook te vieren. Na een nacht in de vrieskou merkte je goed hoe snel de omgeving opwarmde nadat de zon weer was verschenen. Maar wij waren, na een nacht zonder slaap, iets te moe om nog uitgebreid deel te nemen aan het feest wat daarna weer opflakkerde…

de nacht in de straten van Tihuanacu

eerste zonnestralen

feest, vroeg in de ochtend, met de Wiphalla (indigena-vlag)


Tot later!