dinsdag 17 april 2007

Geduld!

Werken in Bolivia vereist een verruimde betekenis van het woord ‘geduld’. Afspraken zijn relatief, planning onbestaande, en verantwoordelijkheden niet gebonden aan personen maar aan ‘instanties’. Dat heb ik de afgelopen maand gemerkt, nadat mijn eerste workshop goed geslaagd bleek te zijn en mijn collega’s twaalf doelen hadden geformuleerd. Doelen waar iedereen naar wil streven, om de kinderen op school betere ontwikkelingskansen te kunnen bieden. De volgende vraag die door me gesteld werd, was hoe we gezamenlijk die doelen kunnen bereiken. Wie kan wat doen? Een vraag naar concrete acties, die uitgevoerd kunnen worden door mensen die bij de workshop aanwezig waren.
Die vraag is te lastig. De antwoorden die ik kreeg waren vingerwijzingen in de richting van ‘de regering’, ‘de ouders’, ‘de media’ en ‘de gemeenschap’. Moeilijk werkbaar, want hoe die instanties aan het werk gezet zouden kunnen worden? Zij hebben geen idee… Opvallend was het verschil in antwoorden tussen de locals en de twee vrijwilligers uit Engeland. Een duidelijk verschil in cultuur: leren wij resultaatgerichter te denken of is het voor Bolivianen te lastig om te reflecteren ten aanzien van hun eigen rol in processen? Beide, denk ik. De (locale) audiologe suggereerde dat Bolivianen gevoed worden in hun minderwaardigheidscomplex en daardoor een soort aangeleerde hulpeloosheid gaan aanhangen. ‘Wij kunnen het niet, de verantwoordelijkheid ligt bij de regering.’ Dat wordt leuk en uitdagend werken de komende maanden…
Aan de hand van de antwoorden van mijn collega’s en mijn eigen observaties heb ik een plan gemaakt. Een plan waarmee ik hoop de fundamenten van de school te versterken: workshops voor leerkrachten, gevolgd door een coachingstraject in de klassen, informatiebijeenkomsten voor ouders, gebarentaallessen voor leerkrachten en voor ouders, én een stukje ondersteuning in de organisatie van de school. Ik werk intensief samen met een nieuwe sociaal werkster, met wie ik de komende tijd alle gezinnen van de leerlingen ga bezoeken. Ze kan ondertussen audiogrammen uitleggen, we hebben samen een uitgebreide anamneselijst opgesteld, met daarin vragen die wij zelden hoeven stellen (wat de staat van de woning is bijvoorbeeld, of ouders batterijen voor de hoortoestellen kunnen betalen, en wat hun inkomsten zijn), en er ligt nu een folder met informatie over school en adviezen voor ouders. De sociaal werkster wordt, net als de spraaktherapeut, betaald door Diane, de Amerikaanse dame die fondsen en vrijwilligers werft. Scholen krijgen een standaardsubsidie van de staat, ongeacht of de kinderen bijzondere behoeftes hebben. Alles wat dove kinderen extra nodig hebben (geschoolde leerkrachten, gezinsbegeleiding, logopedie, hoortoestellen) moet ergens anders vandaan komen. Triest, maar waar…
Maar er is nog wat anders dan werken alleen… Ik geniet enorm van mijn ‘zijn’ hier, van het ondergedompeld zijn in een andere cultuur en het leven in een andere taal. Van de afwezigheid van een agenda en de onbestaandheid van een leefritme (ach ja, toch min of meer). Tijdens het weekend kan ik een stukje gaan reizen, en kom ik in omgevingen waarvoor ik tot nu toe een maand vakantie moest nemen. Bolivia is prachtig en de cultuur is een mengeling van Spaanse invloeden en eeuwenoude Aymara-gebruiken. Dat merkte ik vorig weekend, toen ik een paar dagen in Copacabana verbleef, een stadje aan de Boliviaanse kant van het Titicacameer. Een pelgrimsoord ook: op Goede Vrijdag arriveren duizenden gelovigen, waarvan een groot deel te voet uit La Paz (toch zo’n 158 km). Vrijdagavond volgt een processie door de stad, die uiteindelijk leidt naar de kruisweg, tot op de top van een berg naast de stad.

Die berg had ik ’s middags bestegen. Indrukwekkend om al die mensen te zien, te genieten van de uitzichten en helemaal boven te mogen kennismaken met de Aymara-gebruiken binnen het geloof. Stalletjes verkochten alles waarvoor je geluk zou willen vragen: miniatuurauto’s en –busjes, maquettes van winkels, huizen en kapsalons, nepgeld, miniatuurkoffers, die symbool staan voor een veilige reis, en een kikker voor geluk in het algemeen. Mensen kochten er hun doel en gingen daarmee naar één van de Aymara-voorgangers. Wat volgde was een ritueel met wierook, met iets wat mensen in hun mond moesten houden, met veel woorden en uiteindelijk met een paar flessen bier. Waarvan de eerste scheut bestemd is voor Pachamama (Moeder Aarde, de grond dus) en een groot deel van de overige inhoud van de fles over het huisje, de winkel, de auto of de koffer werd uitgesproeid. En zo gaan mensen weer een jaar van geluk tegemoet…

Om jullie een idee te geven hoe mijn wereld er hier verder uitziet, voeg ik nog een aantal foto’s toe. Straatbeelden uit Copacabana, een fluitspeler in Valle de la Luna, details van Tihuanaku (Inka-ruïnes in de hoogvlakte), vrolijke kinderen van m´n school op de Dia del Niño, toen we alle kinderen meenamen naar een speeltuin mét uitzicht over downtown La Paz, én wat sfeerbeelden van mezelf en de geweldige zonsondergang die ik mocht aanschouwen op Isla del Sol (een eiland in het Titicacameer, vlakbij Copacabana).
Jullie merken: ik ben hier prima op mijn plek! Tot een volgende keer!

Zicht op de baai van Copacabana, vanaf de berg met de kruisweg
Straatbeeld in Copacabana.
De zakken zijn gevuld met gepofte zaden, een lokale lekkernij.

De lokale slager(svrouw)

Een cholita (vrouw in lokale kledingdracht) rijgt bloemen
die ze verkoopt aan mensen die iets willen laten zegenen.

Valle de la Luna, een geërodeerd landschap vlakbij La Paz.

Let op de fluitspeler op één van de rotsen...

Deel van een tempel in Tihuanacu, een Inka-complex in de Altiplano.

Detail van een uit steen gehouwen gezicht in Tihuanacu.

Silvia, Lilian en Violeta op de Dia del Niño (12 april)

Speeltuin Laikakota torent uit boven downtown La Paz.

Isla del Sol:

een eiland bij Copacabana waar je heerlijk kunt wandelen en ontspannen...

En dan krijg je dit kado...